Vincent van Gogh ( 1853 – 1890 )

Er zijn veel kunstenaars van wie de levensomstandigheden vrijwel onbekend zijn,
of – indien wij ze al kennen – weinig betekenis hebben voor het waarderen of beter begrijpen van hun werk.

Vincent van Gogh daarentegen behoort tot die categorie van kunstenaars bij wie leven en werk zeer nauw samengaan. Kennis van de gebeurtenissen in zijn leven kan bij hem veel bijdragen tot een beter inzicht in zijn werk en zijn persoonlijkheid.

Heel bepalend hierbij is zijn innige, zij het herhaaldelijk door ernstige twisten verstoorde, vriendschap met zijn broer Theo. Theo is altijd in de schaduw gebleven van zijn beroemde broer, hoewel Vincent zich zonder de voortdurende steun van Theo nooit had kunnen ontplooien tot het genie dat we kennen.

‘De levensomstandigheden zouden ons hoe dan ook tot broeders maken’, schreef van Gogh aan zijn broer, ‘omdat wij in zo menig opzicht lotgenoten zijn’. Hoezeer hun levens parallel zouden lopen, tot aan beider tragisch einde toe, kon Vincent toen nog niet vermoeden.

Vincents korte, maar veelbewogen leven is welbekend:

zijn opleiding in de kunsthandel in Den Haag, Londen en Parijs
zijn werk, als onderwijzer, in Engeland
zijn mislukte poging om, zoals zijn vader, predikant te worden
zijn verblijf in de Borinage als evangelist onder de mijnwerkers.

Eindelijk, op zesentwintigjarige leeftijd, neemt hij de beslissing om zich geheel aan de kunst te wijden, met ondermeer een korte studietijd in Antwerpen, daarna in Parijs, Arles, Saint-Rémy en Auvers.

Later volgen talrijke psychische inzinkingen en uiteindelijk, op 37 – jarige leeftijd, zijn zelfmoord.